Ik heb zwangerschapsdiabetes

In het kort

In het kort

  • Bij zwangerschapsdiabetes is er tijdelijk te veel suiker in je bloed.
  • Dat is niet goed voor de baby. De baby kan
    • te groot worden,
    • na de geboorte een te lage bloedsuiker krijgen of 
    • na de geboorte geel worden. 
  • Je baby heeft minder kans op deze problemen als je bloedsuiker goed onder controle is. 
  • Daarvoor is goede voeding belangrijk.
  • Soms zijn ook medicijnen nodig. 
  • Meestal is zwangerschapsdiabetes direct na de bevalling over.
Wat is het

Wat is zwangerschapsdiabetes?

Zwangerschapsdiabetes is suikerziekte in de zwangerschap. Er zit dan te veel suiker (glucose) in je bloed.

Deze suikerziekte ontstaat als je zwanger bent en gaat na de bevalling weer over.

Vaak merk je zelf niet dat je zwangerschapsdiabetes hebt.

Zwangerschapsdiabetes komt voor bij ongeveer 1 op de 20 zwangeren. 

Wat merk ik

Klachten bij zwangerschapsdiabetes

Meestal merk je niet dat je bloedsuiker verhoogd is. 

Sommige vrouwen merken wel iets, bijvoorbeeld:

  • veel plassen
  • dorst, veel drinken
  • vermoeidheid
  • jeuk 

Soms is op de echo veel vruchtwater of een te grote baby te zien. Dit kan ook een teken zijn van zwangerschapsdiabetes.

ORS

ORS is een oplossing van zouten en glucose (druivensuiker) in water.

Het wordt gebruikt bij waterdunne diarree en braken (overgeven).

Bron: Apotheek.nl
Oorzaken

Hoe ontstaat zwangerschapsdiabetes?

Bij diabetes speelt het hormoon insuline  een belangrijke rol. Dit hormoon zorgt ervoor dat de lichaamscellen suiker (glucose) uit het bloed opnemen. 

In de zwangerschap zijn de lichaamscellen minder gevoelig voor insuline. Zwangere vrouwen hebben dus meer insuline nodig. Bij de meeste zwangeren maakt het lichaam vanzelf extra insuline aan.
Als je zwangerschapsdiabetes hebt, gebeurt dat niet. Er is te weinig insuline om je bloedsuiker normaal te houden. Daardoor komt er te veel suiker in het bloed.

Bij sommige vrouwen reageren de lichaamscellen al voor de zwangerschap minder goed op insuline. Bijvoorbeeld bij vrouwen met overgewicht of met diabetes in de familie. Zij hebben een grotere kans om zwangerschapsdiabetes te krijgen.

insuline

Insuline is een injectiemiddel voor mensen met diabetes die zelf geen of onvoldoende insuline aanmaken.

Er zijn verschillende soorten insuline verkrijgbaar: kortwerkend, middellangwerkend, langwerkend en combinaties hiervan.

Artsen schrijven het voor bij diabetes mellitus.

Bron: Apotheek.nl
Gevolgen voor de baby

Is zwangerschapsdiabetes erg voor mijn baby?

Te veel suiker in je bloed is niet goed voor je baby:

  • Je baby kan te groot worden. Dat heet macrosomie. Daardoor kan de bevalling lastiger zijn. Bijvoorbeeld doordat het moeilijk is om de schouders van de baby geboren te laten worden.
  • Je baby kan na de geboorte een te lage bloedsuiker hebben.
    Een te lage bloedsuiker kan schadelijk zijn. Je merkt vaak niets aan je baby als de bloedsuiker te laag is. Meestal is het goed te behandelen met extra voeding of met een infuus.  
  • Je baby heeft meer kans om geel te worden in de eerste dagen na de geboorte. Dit heet geelzucht.
    Dat is meestal niet schadelijk en gaat na een paar dagen vanzelf weer over. 
    Ernstige geelzucht is wel schadelijk. De baby krijgt dan een behandeling in het ziekenhuis.

Je baby heeft minder kans op deze problemen als je bloedsuiker goed onder controle is tijdens de zwangerschap. 

Gevolgen voor jou

Is zwangerschapsdiabetes erg voor mij?

Je hebt meer kans op hoge bloeddruk in de zwangerschap.

Na je zwangerschap heb je meer kans om diabetes type 2 te krijgen. De helft van de vrouwen met zwangerschapsdiabetes heeft na 5 tot 10 jaar diabetes type 2. Je merkt hier zelf meestal niets van. Laat daarom de eerste 5 jaar na je bevalling ieder jaar je bloedsuiker controleren bij de huisarts.

Behandeling

Behandeling van zwangerschapsdiabetes

Voor de behandeling van zwangerschapsdiabetes verwijst de verloskundige je meestal naar de diëtist als je bloedsuikers een beetje afwijkend zijn. Vaak is het dan voldoende je voeding aan te passen en meer te bewegen.

Zijn de bloedsuikers meer afwijkend, dan verwijst je verloskundige je naar de gynaecoloog. Een team (onder andere een internist, diabetesverpleegkundige en gynaecoloog) behandelt je:

  • Je krijgt een afspraak bij de diëtist. Zij geeft je adviezen over je eten en drinken.
  • Je krijgt thuis een bloedsuikermeter. Hiermee kun je enkele keren per dag je bloedsuiker controleren.
    Je schrijft je bloedsuikers op, bijvoorbeeld in een boekje.
    Je bespreekt je bloedsuikers vaak met de diabetesverpleegkundige of de internist.
  • De gynaecoloog maakt een echo om de groei van de baby te controleren.

Afhankelijk van de bloedsuikers en de echo krijg je advies over je behandeling:

  • Volg de adviezen van de diëtiste op. Probeer ook meer te bewegen.
  • Als je bloedsuiker heel erg verhoogd is, heb je medicijnen nodig om de bloedsuiker te verbeteren.
    • Dit is meestal insuline. Dit is veilig en er is veel ervaring mee in Nederland.
    • Soms zijn tabletten die de bloedsuiker verlagen een optie. Er wordt nu onderzoek gedaan naar de werking ervan bij zwangerschapsdiabetes.

insuline

Insuline is een injectiemiddel voor mensen met diabetes die zelf geen of onvoldoende insuline aanmaken.

Er zijn verschillende soorten insuline verkrijgbaar: kortwerkend, middellangwerkend, langwerkend en combinaties hiervan.

Artsen schrijven het voor bij diabetes mellitus.

Bron: Apotheek.nl
Hoe gaat het verder?

Hoe gaat het verder met zwangerschapsdiabetes?

  • Je baby groeit normaal, je bloedsuikers zijn weer normaal en je gebruikt geen medicijnen:
    Dan kan je eigen verloskundige je zwangerschap controleren. Zij/hij houdt dan de bloedsuikers en de groei van de baby verder in de gaten.
  • Je baby is te zwaar op de echo, je bloedsuikers zijn niet goed onder controle of je gebruikt medicijnen:
    Dan controleert de gynaecoloog je zwangerschap.
    De kinderarts zal je baby na de geboorte nakijken en zo nodig langer controleren.
Wanneer bellen?

Wanneer contact opnemen bij zwangerschapsdiabetes?

Neem contact op met de diëtiste, verloskundige of diabetesverpleegkundige:

  • als je bloedsuikers te hoog of te laag zijn.
    Hij of zij spreekt met je af wanneer voor jou je bloedsuikers te hoog of te laag zijn.
Makers van de tekst
Laatst herzien op

Vond u deze informatie nuttig?

Vond u deze informatie nuttig?
Heeft u nog een suggestie of opmerking? Dit is niet verplicht.
Kunt u toelichten waarom niet? Dit is niet verplicht.