Ik ben behandeld voor slokdarmkanker

In het kort

In het kort

  • Na chemoradiatie en een operatie kunt u klachten houden, zoals vermoeidheid en problemen met eten.
  • U kunt hiervoor begeleiding krijgen van een psycholoog en diëtist.
  • U heeft misschien baat bij lotgenotencontact.
  • Slokdarmkanker kan weer terugkomen. Daarom blijft u 5 jaar onder controle.
Beschrijving

Welke gevolgen heeft de behandeling van slokdarmkanker?

Na de behandeling van slokdarmkanker kunt u last houden van klachten. Dit kan komen door de operatie en/of de chemoradiatie.

Lichamelijke klachten:

  • Pijn. Eten kan pijn doen na de operatie. Bespreek dit met uw arts. U krijgt dan pijnstillers of andere pijnbestrijding. Soms heeft de pijn niet echt een duidelijke oorzaak. Ook dan kunt u dat met uw arts bespreken.
  • Vermoeidheid. Na de behandeling kunt u heel moe zijn. Dit kan jarenlang duren. Uitrusten helpt meestal niet. Overleg met uw arts als u hier last van heeft. Soms is er een lichamelijke oorzaak, zoals een infectie. Ook door pijn en psychische klachten kunt u erg moe worden. U kunt leren omgaan met de vermoeidheid. Een psycholoog kan u daarbij helpen.

Klachten na chemoradiatie zonder operatie
Na chemoradiatie kan er littekenweefsel in de slokdarm komen. Dit gebeurt maanden of jaren na de behandeling. De slokdarm wordt daardoor minder soepel en nauwer. U kunt problemen krijgen met slikken. Of u heeft het gevoel dat het eten niet goed zakt. Soms is het dan nodig om de slokdarm voorzichtig op te rekken.

Klachten door de buismaag
U zult waarschijnlijk erg moeten wennen aan de buismaag. Eten gaat niet meer vanzelf. U kunt last hebben van:

  • maagzuur
  • diarree
  • veranderde smaak
  • minder honger en snel een vol gevoel
  • onwel worden na het eten (dit heet dumping)
  • moeite met slikken of het gevoel dat het eten niet goed zakt.

Met een buismaag moet u halfzittend slapen. Ook dit kan flink wennen zijn. Misschien slaapt u niet fijn op uw rug. Of glijdt u steeds naar beneden in bed.

Psychische klachten
Na de behandeling heeft u veel te verwerken. En misschien bent u bang dat de ziekte weer terugkomt. Ook het leren omgaan met de buismaag kan psychische klachten veroorzaken.

Eten en drinken

Eten en drinken na een behandeling van slokdarmkanker

Na de aanleg van een buismaag kunt u niet meer eten en drinken zoals u dat gewend was. De diëtist kan u vertellen hoe u en wat u het beste kunt eten en drinken:

  • Verdeel uw maaltijden over 6 tot 9 kleinere maaltijden.
  • Eet rustig en kauw heel goed.
  • Zit tijdens en vlak na het eten rechtop. Het eten kan dan goed zakken.
  • Drink minstens 2 liter vocht per dag.
  • Snijd harder voedsel (harde korsten, gebakken vlees) in hele kleine stukjes. Misschien vindt u het prettiger om helemaal geen hard voedsel te eten.
  • Eet niks meer in de 2 uur voor het slapen gaan.
  • Sommige voedingsmiddelen kunnen de buismaag irriteren. Bijvoorbeeld chocolade, pepermunt, alcohol en dranken met koolzuur (prik).

Heeft u geregeld last van misselijkheid na het eten? Valt u dan bijna flauw? Dit heet dumping.
Hoe kunt u deze klachten voorkomen?

  • Eet iets meer vet.
  • Neem geen heel heet of ijskoud eten en drinken
  • Drink niet bij het eten. Drink tot een half uur voor het eten of een half uur erna.
  • Neem geen producten die dumping kunnen veroorzaken, zoals limonade, sap, alcohol, koolzuurhoudende dranken, melk, vla en producten met veel suiker.

Heeft u veel last van diarree of juist van verstopping?

  • Eet voldoende vezels, zoals volkorenproducten, groente en fruit. Vezels nemen vocht op. Dat helpt tegen diarree. Bij verstopping helpen vezels de stoelgang soepel te houden.

ORS

ORS is een oplossing van zouten en glucose (druivensuiker) in water.

Het wordt gebruikt bij waterdunne diarree en braken (overgeven).

Bron: Apotheek.nl
Adviezen

Adviezen om te herstellen na de behandeling van slokdarmkanker

Het duurt nog een tijd voordat u hersteld bent van chemoradiatie en de operatie. Vaak maanden tot jaren. Er zijn veel organisaties en hulpverleners die u door deze periode heen kunnen helpen.

Psychische klachten

  • U kunt uw klachten bespreken met de praktijkondersteuner GGZ in de huisartspraktijk of een psycholoog.
  • Er zijn speciale inloophuizen waar u psychische hulp kunt krijgen en met lotgenoten kunt praten. Op de website van IPSO vindt u een instelling bij u in de buurt.
  • Voor contact met kunt u ook terecht bij de Stichting voor Patiënten met Kanker aan het Spijsverteringskanaal (SPKS).

Lichamelijke klachten
Het is belangrijk dat u uw klachten met uw huisarts of de behandelend arts in het ziekenhuis bespreekt. De arts kan onderzoeken wat de oorzaak van uw klachten is.
Er is vaak een oplossing of een manier om er mee om te leren gaan. Bij blijvende pijn kunt u bijvoorbeeld een verwijzing krijgen naar een pijnpoli. Ook zijn er speciale revalidatieprogramma’s voor mensen die kanker hebben gehad, bijvoorbeeld Herstel en Balans. Uw arts kan u daar een verwijzing voor geven.

Klachten door de buismaag
Lotgenoten hebben vaak goede tips. Bijvoorbeeld over hulpmiddelen om beter te slapen. Lotgenoten vindt u bij de SPKS. De stichting heeft ook een uitgebreide folder over het leven met een buismaag.

Hoe gaat het verder?

Controles na een behandeling bij slokdarmkanker

  • Meestal komt u de eerste periode om de 3 tot 6 weken op controle. Daarna om de 3 maanden.
  • Vanaf het 2e jaar heeft u elke 6 maanden controle.
  • Na 5 jaar zijn controles niet meer nodig.

Tijdens de controles bespreken u en uw arts hoe het gaat en of u klachten heeft. Scans en andere onderzoeken zijn niet nodig. Behalve als u klachten heeft die bij slokdarmkanker horen.

Maakt u zich zorgen? Neemt u dan gerust al eerder contact op met uw arts.

Wanneer contact?

Wanneer contact opnemen na een behandeling bij slokdarmkanker?

Neem contact op met uw arts:

  • als u zich zorgen maakt
  • als u klachten heeft die kunnen passen bij slokdarmkanker:
    • moeite met slikken
    • het eten blijft steken in de slokdarm of u heeft het gevoel dat het niet goed zakt
    • blijvende pijn of een vol gevoel bij het borstbeen of in de bovenbuik
    • vaak de hik hebben
    • zwarte ontlasting (dit kan komen door bloed in de ontlasting)
    • steeds minder zin om te eten
    • bloed braken
    • duizeligheid en vermoeidheid
    • bij een klein beetje eten al een ‘vol’ gevoel hebben
    • afvallen zonder dat u daar iets voor doet

Problemen met slikken kunnen komen door littekenweefsel in de buismaag. Tijdens een kijkonderzoek kan de buismaag opgerekt worden. Slikproblemen kunnen echter ook komen doordat de slokdarmkanker teruggekomen is. Het is daarom belangrijk dat u deze klacht met uw arts bespreekt.

ORS

ORS is een oplossing van zouten en glucose (druivensuiker) in water.

Het wordt gebruikt bij waterdunne diarree en braken (overgeven).

Bron: Apotheek.nl
Meer informatie
Laatst herzien op

Vond u deze informatie nuttig?

Vond u deze informatie nuttig?
Heeft u nog een suggestie of opmerking? Dit is niet verplicht.
Kunt u toelichten waarom niet? Dit is niet verplicht.