Ik heb een melanoom en krijg een 2e operatie

In het kort

In het kort

  • Een melanoom is een vorm van huidkanker en kan uitzaaiingen geven.
  • Voor de zekerheid wordt ook de huid rondom het weggehaalde melanoom weggesneden (2e operatie).
  • Het stadium van een melanoom geeft aan in hoeverre de ziekte zich in het lichaam heeft verspreid.
  • Als er geen uitzaaiingen zijn, is de kans op genezing heel groot.
Wat is het

Wat is een melanoom?

Een melanoom is een vorm van huidkanker die ontstaat in de pigmentcellen van de huid. Een ander woord voor pigmentcellen is melanocyten, vandaar de naam melanoom.

Een melanoom kan uit een moedervlek ontstaan die u al langer hebt. Ook kan een melanoom ontstaan op een plek waar eerst nog geen moedervlek zat. Een melanoom ontstaat meestal op plekken die regelmatig in de zon komen.

Per jaar krijgen ruim 5500 mensen een melanoom.

Stadia

Stadium van een melanoom

Het stadium van een melanoom geeft aan hoever de ziekte zich in het lichaam heeft verspreid. Er zijn verschillende stadia voor een melanoom:

  • Stadium 0: het melanoom zit alleen in buitenste laag van de huid.
  • Stadium Ia: het melanoom is dunner dan 1,0 millimeter en heeft geen uitzaaiingen. Er zijn geen zweervorming en celdelingen.
  • Stadium Ib:
    • het melanoom is dunner dan 1,0 millimeter en heeft geen uitzaaiingen. Er zijn wel zweervorming en/of celdelingen aanwezig.
    • het melanoom heeft een dikte van 1-2 millimeter en heeft geen uitzaaiingen. Er zijn geen zweervorming en/of celdelingen.
  • Stadium II: het melanoom is dikker dan 2,0 millimeter en heeft geen uitzaaiingen.
  • Stadium III: het melanoom is uitgezaaid naar de lymfeklieren, niet naar andere organen.
  • Stadium IV: het melanoom is uitgezaaid naar andere organen.
Onderzoek naar stadium

Onderzoeken naar het stadium van melanoom

De patholoog heeft het verwijderde stukje van uw huid onderzocht om te weten of het een melanoom is. Hij heeft daarbij ook gekeken naar:

  • de dikte van het melanoom gemeten in millimeters;
  • of er celdelingen zijn in het melanoom;
  • of er zweervorming is;
  • of in de snijranden van de weggehaalde melanoom kankercellen zitten.

De huidarts (dermatoloog) stelt het stadium van een melanoom vast door onderzoek te doen naar:

  • de dikte, zweervorming en celdelingen van de tumor;
  • de doorgroei in het omgevende weefsel;
  • uitzaaiingen in lymfeklieren en organen in het lichaam.

Heeft u stadium 0 of 1a? Dan is er verder geen onderzoek nodig. Er is nauwelijks kans op uitzaaiingen, nu en in de toekomst.

Heeft u stadium 1b of II? Dan bespreekt de arts met u of u een schildwachtklierprocedure wilt. Dit is onderzoek van de lymfeklier die als eerste het lymfevocht uit het melanoom opvangt en daarmee als eerste uitgezaaide melanoomcellen bevat. 

Onderzoeken

Onderzoek naar uitzaaiingen van melanoom

Voelen bij het lichamelijk onderzoek de lymfeklieren vergroot aan? Dan kan dit wijzen op uitzaaiingen in de lymfeklieren.

Behandeling

Behandeling van melanoom stadium 0 en 1a

De behandeling van een melanoom hangt af van het stadium dat bij de 1e operatie is gevonden. Bij een stadium 0 of 1a volgt nog een 2e operatie om alle mogelijke achtergebleven kankercellen weg te halen.

Hoe gaat deze 2e operatie?

Deze operatie kan meestal onder plaatselijke verdoving.
Soms gebeurt de operatie onder algehele narcose of met een ruggenprik: 

  • als de plek lastig te verdoven is (bijvoorbeeld voor het scheenbeen) of
  • als er een huidtransplantatie nodig is om de wond te sluiten.

Rondom de plek waar het melanoom is verwijderd, snijdt de arts nog een stuk huid uit met een extra reepje huid van 1 of 2 cm. Hoeveel huid de arts wegsnijdt, hangt af van hoe dik het melanoom was. Hoe dikker het melanoom, hoe meer gezonde huid hij/zij weghaalt: 1 cm als het melanoom minder dan 2 millimeter dik was, 2 cm als het melanoom meer dan 2 millimeter dik was.

Soms snijdt de arts, in overleg met u, iets minder gezonde huid weg. Bijvoorbeeld als het melanoom in het gezicht of op de handen zat. Op zulke plaatsen kan het wegsnijden van de huid gevolgen hebben, bijvoorbeeld als het melanoom vlakbij het oog zit. Minder huid wegsnijden geeft wel een iets groter risico op terugkeer van het melanoom op de plek van het litteken.

De arts hecht de operatiewond. Soms kan de operatiewond niet meteen worden gesloten. Dan zal de arts ergens anders op het lichaam een stuk huid weghalen en hiermee de operatiewond sluiten. Dat gebeurt meestal onder algehele narcose of met een ruggenprik.

Ook het stukje huid dat in de 2e operatie is weggesneden controleert de patholoog op kankercellen. 

Controle

Controle na de 2e operatie bij een melanoom

Na de behandeling legt uw behandelend arts uit hoe u zelf uw moedervlekken en lymfeklieren moet onderzoeken. U krijgt ook een folder van Stichting Melanoom en het LUMC hoe u een onschuldige moedervlek en een verdachte moedervlek herkent.  

Soms zit een moedervlek op een plek die u zelf niet kunt zien (uw rug en hoofdhuid). Vraag dan iemand anders naar die moedervlek te kijken en te controleren. Hij/zij kan er ook een foto van maken.

4 tot 6 weken na de 2e operatie bespreekt u met uw arts hoe het gaat. U krijgt hiervoor een korte vragenlijst waarop u aangeeft hoe het met u gaat. Samen met uw arts beantwoordt u de vragen.

 

Vooruitzicht

Wat zijn mijn vooruitzichten bij een melanoom stadium 0 of 1a?

De kans om te genezen is afhankelijk van het stadium van een melanoom. Van de patiënten met een melanoom stadium 0 of 1a leeft bijna iedereeen na 5 jaar nog. De kans op genezing is dus heel groot.

Wanneer bellen

Wanneer contact opnemen met de huisarts na een 2e operatie voor melanoom?

Heeft u klachten na de behandeling voor melanoom, bijvoorbeeld pijn of bloedt de operatiewond? Maak een afspraak voor controle bij de huisarts.

Maak ook een afspraak met uw huisarts in de volgende situaties:

  • U krijgt een nieuwe moedervlek. 
  • Een moedervlek die u al een tijd heeft, verandert.
  • De huid in de omgeving van het litteken verandert.
  • Uw lymfeklieren in uw liezen, oksel of hals worden groter.
Meer informatie
Laatst herzien op

Vond u deze informatie nuttig?

Vond u deze informatie nuttig?
Heeft u nog een suggestie of opmerking? Dit is niet verplicht.
Kunt u toelichten waarom niet? Dit is niet verplicht.