Ik heb een risicocontact gehad met een hiv-patiënt

In het kort

In het kort

  • Met een risicocontact bedoelen we dat je mogelijk in contact bent gekomen met het hiv-virus.
  • Dit kan door onbeschermde seks met een drager van het hiv-virus. Of doordat je jezelf prikt met een naald die kort daarvoor is gebruikt door iemand met hiv.
  • Zo snel mogelijk behandelen na het risicocontact kan helpen een infectie met hiv te voorkómen.
  • Deze behandeling heet PEP-kuur (PEP = Post Expositie Profylaxe).
  • De behandeling moet binnen 2 uur tot uiterlijk 72 uur na het contact starten. De kans op een hiv-infectie is dan heel klein.
  • De PEP-kuur betekent dat je gedurende één maand drie verschillende hiv-remmende medicijnen gebruikt.
  • Na drie en zes maanden word je getest op hiv. 
Wat is het

Wat is een risicocontact?

Met een risicocontact bedoelen we dat je mogelijk in contact bent gekomen met het hiv-virus. Dit kan door onbeschermde seks met iemand met het hiv-virus. Of doordat je jezelf prikt met een naald die kort daarvoor is gebruikt door iemand met hiv.

Als je na het risicocontact zo snel mogelijk een behandeling start, helpt dat een infectie met hiv te voorkómen. De behandeling moet binnen 2 uur tot uiterlijk 72 uur na het contact starten. De kans op een hiv-infectie is dan heel klein.

Behandeling

Spoedbehandeling na risicocontact (PEP)

PEP (Post Expositie Profylaxe) is een spoedbehandeling met hiv-medicijnen die een hiv-infectie kan voorkómen.

PEP werkt alleen als je heel snel na het risicocontact met de medicijnen begint. Hoe eerder je begint des te beter. Binnen twee tot vier uur heb je de beste kans. Probeer in ieder geval binnen 24 uur te starten met de behandeling. Lukt dit niet dan ben je nog niet te laat. Ook dan kan PEP nog helpen, als je maar binnen 72 uur na het risicocontact wordt behandeld. Ongeveer 72 uur na een eventuele besmetting heeft het hiv-virus zich in je lichaam genesteld en heeft het starten met PEP geen zin meer.

Bijwerkingen van de PEP-kuur kunnen bijvoorbeeld zijn: misselijkheid, diarree en vermoeidheid. Ook kunnen de virusremmers in de PEP-kuur de werking van andere medicijnen beïnvloeden.

Medicijnen

Wat moet ik doen na een risicocontact?

De PEP-kuur
Als je een risicocontact hebt gehad, kan je het beste zo snel mogelijk contact opnemen met de GGD of met de huisarts. De meeste GGD's zijn 24 uur per dag bereikbaar voor noodgevallen. In sommige plaatsen verwijst de GGD je naar een ziekenhuis of een soa-polikliniek. De spoedeisende hulp van een ziekenhuis heeft ook vaak de mogelijkheid om je te helpen en zo nodig een PEP-behandeling te starten. 

Samen met de arts bespreek je of degene met wie je seksueel contact of ‘bloedcontact’ hebt gehad (zeer waarschijnlijk) een hiv-patiënt is. Hij of zij kan zich snel laten testen op hiv (sneltest). Ook wordt onderzocht of je zelf (al eerder) met hiv bent besmet. Als dat zo is, heeft de PEP-kuur geen zin.

Heb je geen hiv, heb je een risicocontact gehad en zijn de 72 uur nog niet om? Dan start je meestal snel met de PEP-kuur.

De PEP-kuur betekent dat je gedurende een maand drie verschillende hiv-remmende medicijnen gebruikt. Het is erg belangrijk dat je de medicijnen zorgvuldig, dagelijks en op de goede tijdstippen inneemt. Twee en vier weken na het starten met de PEP-kuur kom je voor controle. Je vertelt dan of je last hebt van bijwerkingen. Je bloed wordt ook onderzocht op eventuele bijwerkingen van de medicijnen, bijvoorbeeld: irritatie van je lever of van je nieren.

Andere soa?
Na een risicocontact is het belangrijk om ook onderzoek te laten doen naar andere seksueel of met bloed overdraagbare aandoeningen, zoals hepatitis B en C. Soms kan het van belang zijn om je tegen hepatitis B te laten inenten.

Morning-afterpil?
Overweeg bij kans op zwangerschap de morningafterpil te nemen. Bespreek dit met je arts.

Hoe gaat het verder?

Hoe gaat het verder na een risicocontact?

Heeft de PEP-kuur een hiv-besmetting bij jou voorkomen? Dan is het goed om nog eens extra te kijken naar hoe je in de toekomst een risicocontact kunt voorkomen. Zeker als je bijvoorbeeld een relatie hebt met iemand die besmet is met hiv.

Veilig vrijen
Zorg bij seksuele contacten dat je altijd veilig vrijt. Het gaat erom contact tussen de slijmvliezen van de penis, vagina, anus en mond te vermijden.

Tongzoenen en elkaar met de vingers bevredigen is over het algemeen veilig, maar zorg dat er geen bloed, sperma, voorvocht  (komt vóór het klaarkomen uit de penis) of vaginaal vocht op het slijmvlies van de ander komt, want dat verhoogt de kans op overdracht van hiv.

Als bloed, sperma of vocht op je vingers zit kan je het virus tijdens het vrijen ook overdragen.

Gebruik bij vaginale en anale seks (contact tussen penis en anus) een condoom.

Gebruik een dildo niet eerst bij de een en dan bij de ander.

Bij orale seks (contact tussen mond en geslachtsdelen: pijpen of beffen) geeft een condoom of een beflapje bescherming.

Veilig prikken
Kwam het risicocontact door een prik-ongeluk in de (zieken)zorg? Dan is het belangrijk dit te melden en te bespreken met je collega’s. Bespreek wat er fout is gegaan en bekijk samen hoe het in de toekomst voorkomen kan worden. Lees het protocol prikaccident nog eens door.
Voor drugsgebruikers geldt: gebruik nooit een naald die door een ander is gebruikt.

Controle op hiv
Na drie en zes maanden zal je in ieder geval getest worden op hiv.
Heb je een risicocontact gehad en was je te laat voor een PEP-kuur? Ook dan is er nog wel kans dat je toch niet besmet bent met hiv.
Blijkt na drie maanden dat je toch besmet bent met hiv, dan volgt behandeling met hiv-medicijnen. Slik je de medicijnen zorgvuldig elke dag en is je bloed daardoor schoon (ondetecteerbare ‘viral load’), dan kan je een gezond leven leiden als iemand zonder hiv.

Meer informatie
Laatst herzien op

Vond u deze informatie nuttig?

Vond u deze informatie nuttig?
Heeft u nog een suggestie of opmerking? Dit is niet verplicht.
Kunt u toelichten waarom niet? Dit is niet verplicht.