Ik gebruik medicijnen en wil veilig rijden

In het kort

In het kort

  • Sommige medicijnen maken u suf en slaperig. U reageert minder goed en minder snel. 
  • Rijden is dan gevaarlijk (en strafbaar).  
  • U herkent deze medicijnen aan de gele sticker of waarschuwing op het doosje.  
  • Voorbeelden zijn:
    • slaap- en kalmeringsmedicijnen
    • medicijnen tegen depressie, allergie of psychose
    • zware pijnstillers 
  • Kijk in de bijsluiter of vraag advies aan uw apotheker of huisarts.
  • Als u toch wilt rijden, bespreek dit dan eerst met uw huisarts of apotheker. Soms kunt u tijdelijk minder van het medicijn nemen, ermee stoppen of een ander medicijn gebruiken.
Videos

Videos

Veilig in het verkeer

Opletten en veiligheid in het verkeer

In het verkeer telt elke seconde. Gelukkig letten we meestal goed op. We reageren snel en op de juiste manier. Vaak gaat dat automatisch.
Als bestuurder moet u snel kunnen reageren. In een auto, bus of vrachtwagen, maar ook op de fiets, bromfiets of een scootmobiel. Zo voorkomt u ongelukken.

Goed opletten en snel reageren is ook in andere situaties belangrijk. Bijvoorbeeld als u gevaarlijke machines bedient, zoals een motorzaag, graafmachine, hijskraan of ploeg. Of als u op een ladder of steiger staat.

Invloed van medicijnen

Welke invloed hebben mijn medicijnen op het rijden?

  • Sommige medicijnen hebben bijwerkingen waardoor u minder goed oplet en minder snel reageert.
  • U rijdt dan minder veilig. U merkt daar zelf misschien niets van.
  • U voelt zich misschien niet suf of slaperig, maar u reageert toch minder goed en minder snel. De kans op een ongeluk in het verkeer of met een machine is dan groter.
     
  • Medicijnen waardoor u minder goed oplet en reageert, hebben vaak ook andere bijwerkingen. Bijvoorbeeld: 
    • u ziet minder goed of dubbel 
    • u bent duizelig of onhandig 
    • uw armen voelen zwaar aan
    • u merkt dat u bijna in slaap valt 
  • ​​​Ook dit kan gevaarlijk zijn bij het rijden. Of bij bedienen van machines. 
  • Meestal merkt u deze bijwerkingen zelf wel. 

Belangrijk om te weten:

  • Hoeveel slechter u oplet en reageert verschilt per medicijn. Het ene medicijn heeft meer invloed op het rijden dan het andere medicijn.
  • Hoeveel medicijn u gebruikt, maakt daarbij ook uit. En ook het tijdstip waarop u het medicijn slikt. 
  • Bij u kan het anders zijn dan bij iemand anders. Uw leeftijd, ziekte en andere medicijnen kunnen hier invloed op hebben.
  • Medicijnen kunnen elkaar versterken. Als u bijvoorbeeld 2 of meer medicijnen tegelijk neemt, reageert u nog trager.
  • Sommige medicijnen werken heel lang. U kunt dan lange tijd slechter opletten of reageren. 
    Bijvoorbeeld: door een slaappil of een kalmeringstablet kunt u de volgende dag of 2 dagen later nog suf zijn.
  • Bij sommige medicijnen blijft u steeds minder goed reageren en opletten. Ook als u het medicijn al lange tijd gebruikt. De bijwerkingen van het medicijn verminderen dan niet.
  • Aan sommige andere medicijnen raakt u langzaam gewend. Daardoor krijgt u minder last van bijwerkingen als u deze medicijnen langer gebruikt. U kunt bijvoorbeeld bij een medicijn tegen depressie in het begin suf zijn. Als u dit medicijn een tijdje gebruikt, bent u langzaam steeds iets minder suf. Dit verschilt per persoon.
  • Als u stopt met een medicijn of juist meer gaat gebruiken, rijdt u soms ook slechter. Ook als u al aan het medicijn gewend was.
  • Sommige medicijnen werken nog door nadat u al gestopt bent.
  • Het nemen van alcohol of drugs samen met medicijnen verhoogt het risico op ongelukken.
  • Het drinken van koffie helpt niet tegen suffer worden door medicijnen, alcohol of drugs.
Welke medicijnen

Welke medicijnen hebben invloed op het rijden?

U herkent medicijnen die ervoor zorgen dat u minder goed oplet of reageert aan:

  • een gele sticker op het doosje. Op de sticker staat: dit geneesmiddel kan het reactievermogen verminderen.
  • een waarschuwing op het doosje. Op het etiket staat dat uw medicijn het reactievermogen kan verminderen.
  • De bijsluiter van uw medicijn. Kijk bij: ‘Rijvaardigheid en het gebruik van machines’. Hier staat of er bijwerkingen zijn waardoor u minder goed oplet of reageert.

Omdat u zelf niet goed merkt of u anders reageert, is het heel belangrijk dat u op deze waarschuwingen let.

Voorbeelden van deze medicijnen zijn:

Slaap- en kalmeringsmedicijnen

Bijvoorbeeld temazepam , oxazepam , nitrazepam , diazepam , zolpidem en zopiclon
Soms schrijft een arts zo'n medicijn voor als spierverslapper of bij epilepsie.

Bijwerkingen: slaperig zijn(ook een dag later), slechtere concentratie, snel geïrriteerd en boos, duizelig zijn, verward, slappe spieren.

Medicijnen tegen depressie en angst

Bijwerkingen: slaperig, suf, duizelig of verward zijn, minder scherp zien, slechtere concentratie.

Medicijnen tegen hooikoorts, allergie, jeuk of reisziekte (antihistamine-medicijnen)

Bijwerkingen: hoofdpijn, slaperig, duizelig of verward zijn, een verdoofd gevoel, trillen.

Medicijnen tegen psychose

Bijwerkingen: minder goed opletten, verward, duizelig, suf of slaperig zijn, slechter zien.

Sommige sterke pijnstillers

Bijvoorbeeld morfine , oxycodon , fentanyl , tramadol , codeïne .

Bijwerkingen: hoofdpijn, duizelig zijn, verzwakking, verward zijn, niet weten waar u bent, slechter zien, dubbel zien, wazig zien, onrust.

nitrazepam

Nitrazepam behoort tot de benzodiazepinen. Het werkt rustgevend, spierontspannend, vermindert angstgevoelens en beïnvloedt de overdracht van elektrische prikkels in de hersenen.

Artsen schrijven het voor bij slaapstoornissen en bij bepaalde vormen van epilepsie.

Bron: Apotheek.nl

tramadol

Tramadol is een morfineachtige pijnstiller (opiaat). Het heeft een sterke pijnstillende werking.

Artsen schrijven het voor bij plotselinge of langdurige hevige pijn en bij zenuwpijn. Soms schrijven artsen het voor bij seksuele stoornissen (voortijdige zaadlozing).

Bron: Apotheek.nl

diazepam

Diazepam behoort tot de benzodiazepinen. Het werkt rustgevend, spierontspannend, vermindert angstgevoelens en beïnvloedt de overdracht van elektrische prikkels in de hersenen.

Artsen schrijven het voor bij angstgevoelens en gespannenheid, paniekstoornissen, slapeloosheid, alcoholontwenning, spierkrampen, epilepsie en onrust.

Bron: Apotheek.nl

oxazepam

Oxazepam behoort tot de benzodiazepinen. Het werkt rustgevend, spierontspannend, vermindert angstgevoelens en beïnvloedt de overdracht van elektrische prikkels in de hersenen.

Artsen schrijven het voor bij angstgevoelens en gespannenheid, slapeloosheid en alcoholontwenning.

Bron: Apotheek.nl

zolpidem

Zolpidem is een slaapmiddel.

Artsen schrijven het voor bij slapeloosheid.

Bron: Apotheek.nl

oxycodon

Oxycodon is een morfineachtige pijnstiller (opiaat). Het heeft een sterke pijnstillende werking.

Artsen schrijven het voor bij hevige pijn, zoals pijn na een operatie of pijn als gevolg van kanker. Artsen schrijven het ook voor bij ernstige zenuwpijn door diabetes en in de palliatieve zorg (zorg in de laatste levensfase).

Bron: Apotheek.nl

codeïne

Codeïne is een hoestprikkeldempend middel. Het vermindert de neiging tot hoesten. Verder heeft het een pijnstillende werking.

Artsen schrijven het voor bij hoest en pijn.

Bron: Apotheek.nl

zopiclon

Zopiclon is een slaapmiddel.

Artsen schrijven het voor bij slapeloosheid.

Bron: Apotheek.nl

temazepam

Temazepam behoort tot de benzodiazepinen. Het werkt rustgevend, spierontspannend en vermindert angstgevoelens.

Artsen schrijven het voor bij slapeloosheid en tijdens een psychose.

Bron: Apotheek.nl

morfine

Morfine is de belangrijkste vertegenwoordiger van de morfineachtige pijnstillers (opiaten). Het heeft een sterk pijnstillende werking.

Artsen schrijven het voor bij plotselinge hevige pijn, zoals pijn na een operatie, ernstige verwonding, pijn na een hartinfarct of koliekpijn. Ook bij langdurige hevige pijn, zoals pijn bij kanker.

Artsen schrijven het ook voor bij ernstige benauwdheid door hartfalen en in de palliatieve zorg (zorg in de laatste levensfase).

Bron: Apotheek.nl

fentanyl

Fentanyl is een morfineachtige pijnstiller (opiaat). Het heeft een sterke pijnstillende werking.

Artsen schrijven het voor bij plotselinge hevige pijn, zoals pijn na een operatie, ernstige verwonding of pijn na een hartinfarct. Ook bij langdurige hevige pijn, zoals pijn bij kanker.

Bron: Apotheek.nl
Nadelen en risico's

Welke risico's hebben medicijnen in het verkeer?

Medicijnen met een gele sticker of waarschuwing kunnen u suf en slaperig maken. Daardoor kunt u minder goed opletten. En minder snel en minder goed reageren. U rijdt dan minder veilig. De kans op een ongeluk in het verkeer is groter. De kans op een ongeluk met machines of op een steiger is ook groter.

Rijden is strafbaar met een medicijn waarvan u kunt weten dat u hierdoor minder goed rijdt. Als u toch rijdt met deze medicijnen, kunt u de schuld krijgen bij een ongeluk.

Adviezen

Adviezen bij medicijnen en autorijden

  • Controleer of er een gele sticker of waarschuwing op uw medicijndoosje zit voordat u gaat autorijden. 
  • Voor medicijnen met een gele sticker of waarschuwing op het doosje is het advies: geen voertuig besturen. Doe ook geen andere dingen waarbij u goed moet opletten.
  • Het verschilt per medicijn hoe lang u niet mag rijden. Lees daarom goed de bijsluiter. Hierin staan adviezen over rijden met uw medicijn. Volg deze adviezen op. 
  • Of kijk op rijveiligmetmedicijnen.nl. Hier kunt u ook zien wat de adviezen bij uw medicijn zijn.
  • Bij twijfel, vragen of als u de adviezen niet begrijpt: overleg met uw apotheker of arts. 
  • Overleg ook met uw apotheker of arts als u bij uw medicijn niet mag rijden, maar u dit toch wilt of moet. 
  • Uw arts of apotheker kan met u bespreken welke mogelijkheden er zijn in uw situatie. U kunt bijvoorbeeld tijdelijk minderen of een ander medicijn gebruiken.
  • U beslist uiteindelijk zelf of u gaat rijden. Bedenk wel dat u strafbaar bent als u gaat rijden met medicijnen met invloed  op het rijden. U kunt uzelf en anderen in gevaar brengen. Voor eventuele gevolgen bij een ongeluk kunt u dan verantwoordelijk zijn.
  • Als u wel mag rijden bij medicijnen, of als u weer mag beginnen met autorijden bij medicijnen, let dan extra goed op: 
    • Rijd niet als u slecht ziet of duizelig, slaperig of suf bent. Ook niet als u moeite hebt met denken of concentreren.
    • Neem geen alcohol of drugs als u gaat rijden. Samen met medicijnen verhoogt dit de kans op ongelukken.
    • Vraag iemand mee te rijden. Een ander kan beoordelen of u veilig rijdt: met vaste snelheid, niet slingerend, en of u niet laat afleiden door andere bestuurders.
    • Ga uitgerust op weg. Neem na elke 2 uur rijden een kwartier pauze.
    • Rijd liever niet ’s nachts of bij slecht weer.
    • Stap uit als u ergens rijdt en niet meer weet hoe u daar gekomen bent.
  • Is chauffeur uw beroep, dan is veilig rijden met medicijnen extra belangrijk. Praat hierover met uw apotheker of huisarts. Uw huisarts kan u ook verwijzen naar uw bedrijfsarts. Die kan u adviezen geven en afspraken maken over uw werk als chauffeur. 
Wanneer contact?

Wanneer contact over uw medicijnen en rijden?

Neem contact op met de apotheker of huisarts:

  • bij vragen over uw medicijn en rijden
  • bij twijfel of u mag rijden met uw medicijn
  • als u 2 of meer medicijnen met invloed op het rijden tegelijk gebruikt
  • als u niet mag rijden met uw medicijnen, maar u dit toch wil of moet.
    Misschien kunt u tijdelijk een ander medicijn gebruiken. Of tijdelijk minderen of stoppen. Of het medicijn op een ander tijdstip nemen. 
Meer informatie

Meer informatie over uw medicijnen en veilig rijden

Op www.rijveiligmetmedicijnen.nl kunt u controleren of u mag rijden met uw medicijnen. U vindt hier ook antwoord op veel vragen over medicijnen en verkeer.

Als u lange tijd medicijnen moet blijven gebruiken met invloed op het rijden, dan is het verstandig om te laten beoordelen hoe goed u kunt rijden. Dat kan bij het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR). U kunt bij het CBR een ‘gezondheidsverklaring’ aanvragen.

Deze informatie is gebaseerd op de Landelijke Eerstelijns Samenwerkings Afspraak Geneesmiddelen en Verkeersveiligheid

Laatst herzien op

Vond u deze informatie nuttig?

Vond u deze informatie nuttig?
Heeft u nog een suggestie of opmerking? Dit is niet verplicht.
Kunt u toelichten waarom niet? Dit is niet verplicht.